Sint Walburgstraat 22-A  
9712 HX Groningen  
(050) 363 46 75  
info@groningerstudentenbond.nl

De uitgangspunten van de Groninger Studentenbond zijn als volgt:

1. Doelstellingen

  • Iedereen moet de mogelijkheid hebben om hoger onderwijs te volgen.
  • Studerenden moeten de mogelijkheid hebben om vertegenwoordigd te worden door en zich te kunnen organiseren in een (landelijke) studentenvakbond.
  • De Groninger Studentenbond (GSb) is een vakbond voor alle studerenden en toekomstig studerenden van het hoger onderwijs in Groningen en zal als zodanig alle middelen die de vakbond ter beschikking staan, gebruiken om de belangen van haar doelgroep te behartigen.
  • De GSb zal zich inzetten tegen discriminatie in het hoger onderwijs in wat voor vorm dan ook, o.a. racisme, seksisme, financiële positie, afkomst, gezinssituatie, seksuele geaardheid, geloofsovertuiging, leeftijd of functiebeperking. Het is de mening van de GSb dat het principieel verkeerd is mensen te belemmeren hoger onderwijs te volgen op grond van bovengenoemde vormen van discriminatie.
  • De GSb is van mening dat de zorg voor het Hoger Onderwijs een overheidstaak is. De overheid moet een afdoende deel van haar budget aan onderwijs besteden. Dit geld moet in eerste instantie ten goede komen aan de onderwijskwaliteit.
  • De GSb vindt dat een onderwijsinstelling een voorbeeldfunctie heeft en een belangrijke maatschappelijke rol vervult in de regio en in het algemeen en dat de instelling daar deels haar beleid op dient af te stemmen, o.a. op de gebieden van duurzaamheid en ethiek. Zij dient dit uit te dragen richting de student en de maatschappij.

2. Werkwijze

De GSb tracht zijn doel te bereiken door:

  • Het vertegenwoordigen van zijn leden en behartigen van belangen der studerenden;
  • het onderhouden van contacten en participatie met/ in andere (studenten)organisaties en instellingen in Groningen, in den lande en daarbuiten;
  • het stichten van de voor de uitvoering van haar taken noodzakelijke organen;
  • het aanbieden van hulp, advies en voorlichting op velerlei gebied aan studerenden en toekomstig studerenden;
  • het participeren in medezeggenschapsorganen;
  • het doen van onderzoek en het schrijven van notities;
  • het voeren van georganiseerde acties, mits redelijk overleg niet mogelijk blijkt of vruchteloos is gebleken;
  • het verlenen van rechtspositionele bijstand aan studerenden;
  • alle andere wettige middelen te gebruiken die voor de doelstellingen bevorderlijk zijn.

3. Onderwijskwaliteit

  • Het principe van academische vrijheid moet voor het gehele hoger onderwijs gelden.
  • De overheid is verantwoordelijk voor voldoende middelen in het hoger onderwijs, de instellingen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en zijn verplicht om voor onderwijs van optimale kwaliteit te zorgen. De overheid moet zorgdragen voor een objectieve controle.
  • De GSb is van mening dat studerenden recht hebben op voldoende tijd om hun studie af te maken.
  • De GSb is van mening dat studerenden recht hebben op goede overgangsregelingen bij doorstroom van bachelor naar master en bij het veranderen van studierichting.
  • De GSb is van mening dat studenten recht hebben op een studeerbaar en kwalitatief hoogstaand programma zonder onnodige blokkaderegelingen.
  • Bij onvoldoende studeerbaar programma draagt de instelling zorg voor de volledige financiële schadeloosstelling van studenten.
  • De GSb vindt dat studerenden het recht hebben om los van de normale opleiding, overal binnen en buiten de instelling, zonder extra vergoedingen daarvoor te betalen, vakken te kunnen volgen mits deze van vergelijkbaar niveau zijn en de student aan de ingangseisen voldoet. Deze vakken moeten vervolgens erkend worden door de instelling en gehonoreerd worden met EC’s.
  • De GSb is van mening dat studerenden het recht hebben op mogelijkheden om in het buitenland studie/stage-ervaring op te doen. De instelling moet hiervoor mogelijkheid en steun bieden en moet buitenlandse studie/stage-ervaring erkennen. De overheid moet voldoende middelen verschaffen om dit mogelijk te maken.
  • De GSb is van mening dat een instelling garant moet staan voor een goede studiebegeleiding van studenten. Een instelling kan een student alleen adviseren over zijn/haar studieverloop, maar behoort niet gemachtigd te zijn een student bindend te adviseren over het wel of niet voortzetten van de studie aangezien dit de academische vrijheid aantast.
  • De GSb streeft zowel naar inzichtelijkheid, uniformiteit en degelijkheid in de regelgeving als in het prijsbeleid studiekosten.
  • Volgens de WHW zijn instellingen en opleidingen verplicht om studerenden ruim op tijd op de hoogte te stellen van hun rechten en plichten. De GSb vindt dat de instellingen op dit vlak altijd moeten blijven streven naar de meest optimale informatieoverdracht.
  • Studerenden in Nederland hebben het recht om colleges te volgen in de officiële landstaal. Als er een andere taal gebruikt wordt, moet dit ruim van tevoren duidelijk zijn, en moet de andere taal op een hoog niveau door de docent uitgedragen worden. De instellingen hebben de plicht om te zorgen voor vrij en toegankelijk bijscholingstraject voor studenten en docenten op het gebied van de desbetreffende taal.
  • Het is volgens de GSb de plicht van de onderwijsinstelling om goede, duidelijke regelgeving en voorlichting en adequate voorzieningen te hebben voor studenten met een functiebeperking.
  • Studenten die tijdens de studie te maken krijgen met bijzondere omstandigheden, worden door de instelling financieel en anderszins ondersteund.

4. Inspraak

  • De GSb is van mening dat inspraak van studerenden aan onderwijsinstellingen de kwaliteit van die instellingen verbetert.
  • De GSb is van mening dat studerenden recht hebben op inspraak in hun onderwijsinstelling op alle niveaus, naar algemene democratische maatstaven.
  • De GSb vindt dat door landelijk beleid de studenteninspraak is gereduceerd tot een onacceptabel niveau. De GSb zal zich dan ook actief inzetten om de inspraak van studenten te verbeteren. De GSb vindt ook dat studenten niet alleen recht hebben op medezeggenschap maar ook op medebestuur.
  • Instellingen hebben de verantwoordelijkheid om studerenden te wijzen op de mogelijkheid van medezeggenschap en om studerenden te stimuleren om te participeren in de medezeggenschap.
  • De GSb is van mening dat leden in medezeggenschapsorganen via open werving en op democratische wijze verkozen dienen te worden. Dit geldt ook voor OC’s en studentbesturen.

5. Leefomstandigheden Studenten

  • De GSb is van mening dat gebrek aan financiële middelen nooit een reden mag zijn om niet te kunnen studeren; de overheid moet daarom zorg dragen voor toereikende financiële ondersteuning van studerenden.
  • Indien de overheid er voor kiest om een gedeelte van de studiekosten door ouders te laten betalen, dan dient dit gerelateerd te worden aan inkomen en wettelijk verplicht te worden. In de wet moet hiervoor een bepaald bedrag vastgesteld worden dat toereikend is, ook voor uitzonderlijke omstandigheden. Ook moet op de praktische uitvoering worden toegezien, bij voorkeur door middel van koppeling aan de Belastingdienst.
  • De mobiliteit van studerenden moet worden gewaarborgd. De OV-studentenjaarkaart is hiervoor een effectieve manier, maar mag niet ten koste gaan van de financiële toelage door de overheid.
  • De (landelijke en/of plaatselijke) wetgeving en beleid mogen de beschikbaarheid en kwaliteit van woonruimte aan studerenden niet belemmeren. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van de overheid om te zorgen voor een degelijk huisvestingsbeleid. Onderwijsinstellingen dienen zich hier ook voor in te zetten. Studerenden hebben recht op voldoende, betaalbare en veilige woonruimte.
  • De GSb is van mening dat studentenactivisme, onder andere in de vorm van studentbesturen, de maatschappelijke participatiegraad van studenten verhoogd en dat dit zowel studenten als de maatschappij ten goede komt. Derhalve dient studentenactivisme gestimuleerd te worden.
  • Aangezien onderwijs een belangrijk gemeenschapsgoed is dient het toegankelijk en zonder heffing van collegegeld aangeboden te worden.
Laatste wijziging: 10 november 2009

Zoeken